Milieu Effect Raportage bij toekomstige windparken

De meeste windturbine-projecten zijn MER-plichtig, dat betekent dat er vóór de vergunningsaanvraag door de aanvrager een MER-screeningsnota wordt ingevuld waarin men moet aangeven of er aanzienlijke hinder voor de omgeving  kan  ontstaan.
Daar wordt niet altijd goed mee omgegaan.  Vlaanderen is volgens het Handboek Milieu Effect Rapportage-Recht (2016) herhaaldelijk door Europa op de vingers getikt over de partijdigheid van de 'onafhankelijke' erkende experts.
Wanneer men eenvoudig invult dat er geen 'aanzienlijke'en 'onaanvaardbare' risico's zullen bestaan voor de mens en het milieu, zonder dat dit daadwerkelijk onderzocht is gaat men mogelijk voorbij aan de essentie van de wetgeving.

Dat er ernstige Milieu en gezondheidseffecten kunnen ontstaan door windturbines onderschrijft o.a. ook de Wereldgezondheidsorganisatie in een recent WHO-rapport over geluid, waarin juist nu bijzondere aandacht aan windturbinegeluid gegeven wordt.

Een uit te voeren MER-procedure kost tijd en geld en, indien goed uitgevoerd, groeit daarmee vaak het risico dat een project onhaalbaar/onvergunbaar blijkt.

Men moet steeds  alle  factoren die ertoe kunnen leiden dat onaanvaardbare of aanzienlijke hinder en risico's voor het milieu en de gezondheid van de leefomgeving kunnen  optreden, vooraf zorgvuldig onderzoeken.  Er zullen onderzoeken moeten uitgevoerd worden die aantonen dat de aanvrager met zijn voorgesteld plan het milieu noch derden in de toekomst niet zal schaden.

Echter men beroept zich doorgaans enkel op de emissies die beschouwd en gereguleerd worden binnen Vlarem, maar die wetgeving stamt uit de tijd dat windturbines vrijwel niet boven de bomen uitstaken.   De huidige industriële windturbines van bijvoorbeeld 200m hoogte zijn factor twee tot drie groter en geven dus geheel andere emissies zoals laagfrequent geluid en infrageluid, die niet gedekt blijken te worden door de verouderde Vlarem-wetgeving.

Het staat vast dat windturbines aanzienlijke hinder kunnen geven, staan ze bij een bepaald beschermd gebied, zijn het er meer dan vier en nog andere criteria, dan is men verplicht een MER uit te voeren waarin vóór vergunning bekeken wordt wat de effecten op het milieu en de gezondheid van mens en dier kunnen gaan zijn.


Binnen een MER- procedure is het is de bedoeling dat ook het publiek zijn opmerkingen kan formuleren naast die van bijvoorbeeld gemeenten, die dan als richtlijnen binnen de MER in het proces mee opgenomen dienen te worden.

Er zijn door België ondertekende verdragen van de Verenigde Naties die de MER verplichting omschrijven en ook hoe het publiek daarbij betrokken moet worden.
Her gaat om het Verdrag van Aarhus en bij grensoverschrijdende hinder het Verdrag van Espoo.

In Maasticht zijn de 'Maastricht Recommendations on Promoting Effective Public Participation in Decision-making in Environmental Matters'  tot stand gekomen die wat betreft deze verdragen van de Verenigde Naties heel duidelijk aangeven hoe de burger zowel passief als actief nauw betrokken moet worden bij dit soort projecten en plannen, die een grote impact  kunnen  hebben op de leefomgeving betreffende milieu en gezondheid. 

Om dit soort complexe projecten te realiseren binnen een aanvaardbare termijn met een maximaal draagvlak is er een specifieke procesaanpak uitgetekend door de overheid.

Maar het schort aan een (Vlarem) wetgeving die toepasbaar is op de huidige generatie windturbines en waarvoor men geen plan-MER heeft uitgevoerd bij de totstandkoming van de wetgeving, net zoals in Wallonië, waar de Raad van State het wettelijk kader inmiddels vernietigd heeft om die reden.

België heeft dus eerst een wettig tot stand gekomen wettelijk kader nodig vóór men een MER voor windturbines zal kunnen uitvoeren, omdat die aan elkaar gelinkt zijn.




Dus first things first:   Het stappenplan conform de vereisten van goed bestuur en de mer-wetgeving:

1)  Eerst het wettelijk kader (Vlarem) vervangen of structureel aanpassen aan de huidige problematiek rond zeer hoge windturbines, zodat dit een passende basis vormt waaraan een MER juridisch opgehangen kan worden (waarin dus  alle  aspecten van de schadelijke emissies van de huidige generatie industriële windturbines vervat zijn). 
Om wijziginen aan Vlarem te kunnen aanbrengen zal men wel eerst binnen een aparte plan-MER de risico's van die veranderende wetgeving moeten onderzoeken, voordat die in het parlement goedgekeurd mag worden.

2)  Vervolgens een strategische plan-MER uitvoeren voor het beoogde gebied, met de benodigde voorafgaande onderzoeken aan weerszijden van de gewestgrens, dat geënt zal zijn op die dan inmiddels wettige en dan hopelijk deugdelijke wetgeving.  
Dit dient te gebeuren na een zowel passieve als actieve informatiecampagne van de overheid, de burger dient dus actief betrokken te worden in de planvorming vanaf een pril stadium en zijn medebeslissingsrecht moet tevens praktisch gestalte krijgen, dus alle neuzen dezelfde kant op (Verdrag van Aarhus).

3)  En pas dan kan men zien waar eventueel welke windturbines potentieel wettig vergund kunnen worden, zónder een gevaar te betekenen voor het plaatselijke milieu, de leefomgeving en de gezondheid van mens en dier, wat de conclusie gaat zijn van een strategische, complexe plan-MER voor het gehele gebied.

4)  Op basis daarvan zullen omgevingsvergunningen voor windturbines eventueel aangevraagd kunnen worden.  De omwonenden kunnen daar hun eventueel bezwaar op formuleren, binnen de 30 dagen looptijd van het openbaar onderzoek.  Waarna de vergunnende overheid uiteindelijk mag beslissen. 
Zijn er tijdig nog steekhoudende bezwaren geformuleerd, ook over de kwaliteit van de gevolgde procedure, dan kan men eventueel in beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.  Alleen door het volgen van de juiste door de wet bepaalde werkwijze wordt de kans verkleind dat er op dat niveau nog (vaak langdurige) rechtszaken zullen gevoerd worden.


Het Verdrag van Aarhus

België en de meeste landen van Europa hebben in 2003 een verdrag van de Verenigde Naties ondertekend.

Het Verdrag van Aarhus zegt dat wanneer men van plan is om een project te ontwikkelen dat een nadelig effect op het millieu of de gezondheid  kan  hebben, dan moet  men de burger al vanaf het prille begin van de plannen uitvoerig inlichten.

Men moet  de burger betrekken in het ontwikkelingsproces van de windplannen op gemeentelijk, provinciaal en gewestelijk niveau.

Tijdens dat proces moet  men de burger inspraak geven.

Ook het medebeslissingsrecht  voor de burger, niet theoretisch maar praktisch, is voorgeschreven.

Als de windturbines er dan eenmaal staan dan nog kan er overlast zijn. Het laatste punt is dat de overheid voor de burger de rechtsgang moet  optimaliseren zodat die zijn eventueel gelijk kan halen bij de rechter zonder dat het hem bijvoorbeeld veel kost of dat de molens al jaren draaien, voordat er een definitieve uitspraak is.



"Centraal in het Verdrag staat het recht van iedere burger op inspraak bij milieubeslissingen (vergunningen, plans en programma’s, beleid, regelgeving).
Om dit recht ernstig te kunnen uitoefenen heeft de burger ook het recht om geïnformeerd te worden over milieu-aangelegenheden, zowel wanneer hij hierom vraagt (passieve openbaarheid), als wanneer de overheid de informatie uit eigen beweging, “spontaan” moet aanleveren (“actieve openbaarheid”).
Sluitstuk van deze rechten vormt het recht op beroepsmogelijkheden.

Het Verdrag van Aarhus is dus gebaseerd op 3 pijlers:

  • De toegang tot milieu-informatie
  • Inspraak bij het milieu-besluitvorminsproces
  • De toegang tot de rechter in milieu-aangelegenheden."





Het Verdrag van ESPOO

Dit V.N. verdrag bepaalt dat wanneer een land  (of gewest in België)  een inrichting plant aan haar grenzen zodat eventuele milieuoverlast of gezondheidsrisico's daar door veroorzaakt ook tot over de grens ervaren  kan  worden, dan moet men zich aan weerszijden van die grens aan het Verdrag van Aarhus houden. 
De 'buren' moeten evengoed betrokken worden vanaf de prille plannen tot aan de vergunning zoals hierboven beschreven.

Het uitvoeren van een uitgebreide plan-MER procedure is verplicht.

Tussen Vlaanderen en Wallonië ontbreekt tot op heden vrijwel alle constructief overleg over de windprojecten op de gewestgrenzen.


image-221286-Vlaanderen_is_bang_van_haar_eigen_burgers,_De_Standaard.w640.jpg
Vlaanderen is bang van haar eigen burgers, De Standaard.