image-220389-vogelvlucht_.w640.jpg

De 'groene' windturbine fungeert als 'hakselaar' van vele (ook beschermde) vogelsoorten, vleermuizen en insecten en tast daarmee de lokale biodiversiteit onbetwistbaar aan.
Maar ook het specifieke windmolengeluid, trillingen en de turbulentie verjagen veel diersoorten, die vaak nergens anders meer naar toe kunnen en dus definitief zullen verdwijnen.

Turbulentie, de werkelijke impact van moderne industriële windturbines op de samenleving / leefomgeving kan nogal
onderschat worden. Evenals de tekortkomingen van het huidige plaatsingsbeleid dat steunt op zwaar achterhaalde, niet
nageleefde, zelfs mogelijk onwettig tot stand gekomen Vlaamse milieuwetgeving.

Recent Duits onderzoek laat zien dat de biodiversiteit te lijden heeft onder die windturbine-turbulentie, zelfs op grote
afstanden, met name de insecten, en daarmee mogelijk hele ecosystemen.
(Dr. Franz Trieb, Interference of Flying Insects and Windparks, Institut für Technische Thermodynamik, Deutsches Zentrum für Luft und Raumfahrt, DLR, Stuttgart)



Groen of minder groen?

Groen zijn,  betekent niet in Vlaanderen haastig de laatste lokale natuur vernietigen om maar een procent 'groene' windenergie te kunnen opwekken.

Groen doen,  (niet alsof) is waarschijnlijk respectvol met de natuur omgaan en vooral onze levenstijl aanpassen.

Groen worden,  doet men van het gebrek aan debat in de media op basis van objectieve cijfers en andere relativerende informatie en het terecht strijden tegen milieuproblemen elders maar tegelijkertijd het negeren van de aantasting van de natuur en biodiversiteit in eigen land, door de implementatie van een zeer laag performant energiesysteem met een extreem groot ruimtebeslag daar waar juist meer bomen een belangrijker taak betreffende het klimaat zouden kunnen vervullen.

Mondiaal een paar procent minder korte verplaatsingen met het vliegtuig staat qua CO2 mogelijk gelijk aan het plaatsen van een miljoen windturbines.

De Europese Unie liet onlangs berekenen dat er nog 150 extra kerncentrales nodig zijn indien we tegen 2030  80% van ons personenwagenpark elektrisch willen hebben,  dat betekent nog 225.000 extra windturbines die het ongeveer driekwart van de tijd niet of onvoldoende doen, juist wanneer men naar het werk moet met die nieuwe elekrische wagen.

We moeten ons blijven afvragen waarmee de natuur en daarmee het klimaat het meest gediend is.